Mikrogeophagus Ramirezi
geplaatst door Beheerder, categorie DwergCichlidenSynoniemen:
Deze kleine cichlide heeft in de wetenschap al diverse namen gehad, zoals:
Apistogramma ramirezi, Papiliochromis ramirezi, Microgeophagus Ramirezi en nu Mikrogeophagus Ramirezi.
Herkomst:
Colombia, Venezuela.
Uiterlijk:
Mannetjes worden 5 cm, en de vrouwtjes rondom de 4cm.
Dit visje wordt veel gehouden vanwege zijn mooie kleuren.
Zijn kleuren varieren van blauw, zwart, naar lichtgroen en geel.
De vrouwtjes hebben meestal nog een roze rode buik, en zijn in het algemeen kleurrijker dan de mannetjes.
De naam Antennebaarsje dankt hij aan de twee voorste rugvinstralen, die zijn langer dan de rest van zijn rugvin.
Bij mannetjes zijn deze in het algemeen langer dan bij de vrouwtjes.
Er zijn verschillende kweekvormen in de handel.
Inrichting:
In de natuur vind je de ramirezi in de heldere stille wateren met veel beplanting.
Voor de ramirezi is een aquarium nodig van minimaal 60 centimeter.
De bak donker inrichten met dichte beplanting en voldoende schuilplaatsen.
Ze zijn nogal gevoelig voor de waterkwaliteit, dus regelmatig waterverversen.
Ze zwemmen in de onderste en middelste waterlagen.
Water:
Temperatuur: 25-30 graden.
PH: 4,5-7
GH: 1-12
Voeding:
Ze lusten klein levend voer zoals witte en zwarte muggelarven, watervlooien en artemia, ook diepvriesvoer en droogvoer.
Afwisselend voeren komt hun kleuren ten goede.
Voer op verschillende plaatsen in het aquarium, want ze zijn soms erg traag met eten.
Wildvang moet echt levend voer worden gevoerd.
Karakter:
Je kunt ze in een koppel houden of in een harem.
Zet geen twee mannetjes bij elkaar, tenzij je aquarium groter is dan 1.20 meter.
Vrouwtjes kunnen ook strijden om hun territorium.
Houdt ze bij niet al te grote rustige vissen.
Je vindt ze voornamelijk in de onderste waterlagen, dit kan wel eens een bedreiging zijn voor bodembewoners zoals Corydorassen.
Kweek:
De kweek is vrij makkelijk als je mooie gezonde vissen hebt.
Zorg dat de ouders van tevoren goed doorvoert zijn.
Het zijn vrijleggers, het vrouwtje kan haar eitjes (200 stuks) op verschillende plaatsen leggen.
Dat kan op een plant zijn, in een kuiltje in de zandbodem, een bloempot of een steen.
Beide ouders verdedigen fel hun nest.
Je kunt het beste een kweekbak gebruiken met een zandbodem, javamos, wat stenen, zo min mogelijk stroming en gedempte verlichting.
Als de jongen uitkomen, gaan de ouders ze meestal een paar keer verplaatsen, ze nemen ze dan in de bek.
Nooit watervlooien voeren, want dat kunnen ze aanzien als hun eigen broedsel.
Als de ouders geen broedzorg meer vertonen kun je ze uitvangen.
De jongen opkweken met artemia-nauplien.


