Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Aequidens metae

aequidensWetenschappelijke naam:
Aequidens metae

Etymologie:
Aequidens = aequus (Latijn voor “gelijk”) + dens (betekent “tand”), metae = van de type lokaliteit, de Rio Meta in Colombia, een zijrivier van de Rio Orinoco.

Nederlandse benaming:
Rio Meta Acara.

Groep:
cichlidea

Herkomst:
De Rio Meta in Colombia, een zijrivier van de Rio Orinoco.

Ecologie:
In hun natuurlijke milieu leven deze cichliden in zacht, zuur, door organisch materiaal gekleurd water.
Rotsen en dood hout zorgen voor schuilplaatsen.

Grootte:
Man 30 cm, Vrouw 20cm.

Sociaal gedrag:
Is soms wat agressief.

Dieet:
Deze soort is een alleseter, zodat men zowel spinazie, sla als regenwormen, mosselen, garnalen kan voederen.
Zorg voor evenwicht tussen dierlijk en plantaardig voer.

Aquarium:
min 200 cm

Waterwaarden:
Temperatuur: 26 – 28 graden.
pH: 7 – 8
Hardheid: 6 -14 GH

De watertemperatuur moet 26 graden zijn en 28 als men ze wil aanzetten tot kweken.
Veel eisen aan pH en hardheid worden niet gesteld.
Deze soort zal zich voortplanten bij een pH tussen 7 en 8

Decoratie: Het decor moet stevig verankerd worden, zodat het niet kan worden ondergraven of omver geduwd.
Er moeten veel schuilplaatsen zijn, waar opgejaagde dieren zich kunnen terug trekken.
Als substraat kan men filterzand en stenen gebruiken, zolang ze maar geen scherpe randen hebben.
Eventueel gezelschap voor Aequidens metae kan zijn: Geophagus brachybranchus, G. surinamensoids, G. brasiliensis of andere grote Aequidens soorten zoals A. tetramarus.

Kweek:
Aquidens metae is, zoals andere Aequidens soorten (met uitzondering van A. diadema), een bi-parentele substraatbroeder.
Eieren worden afgezet op een hard substraat.
Dat kan een steen zijn, een ruit van het aquarium of de binnenkant van een bloempot.
De soort is extreem vruchtbaar en vissen van 8 tot 10 cm grootte kunnen al voor nageslacht zorgen.
Tijdens de broedtijd zijn de kleuren zeer opvallend. Goudkleurige, gele en donkere flankkleuren zijn dan zeer uitgesproken.

Het mannetje vertoont dan dikwijls een donkere kleur van de kin tot de aarsvin.
Bij het baltsen kan het mannetje nogal agressief tekeer gaan, vooral als het wijfje nog niet klaar is voor ei afzetting.
Men moet dan ook zorgzaam toezien of de man het wijfje niet teveel beschadigd.
Jonge dieren zetten minder eieren (150-200) af dan volwassen dieren die tot 800 eieren kunnen afzetten.
2 tot 3 dagen na afzetting (afhankelijk van de temperatuur) komen de jongen tevoorschijn.
En de 5de dag na afzetting zullen ze vrij zwemmen.
Dit is het moment om pas ontwikkelde artemia te voederen, of fijngewreven droogvoer.
Dit voer moet worden afgesteld naarmate de jongen groeien (bij voorbeeld Cyclops en grotere stukjes droogvoer).
Beide ouderdieren nemen deel aan de broedzorg en jongen die te ver van het nest afdwalen worden door een van de ouders in de bek genomen en in de school uitgespuwd.
De grote hoeveelheid jongen in het aquarium kan best wat verminderd worden.
Dit komt de groei van de overblijvers zeker ten goede.
De waterkwaliteit staat bij dergelijke grote nesten nog meer onder druk.
De jongen kunnen na 3 weken veilig van bij de ouders worden gehaald en in andere aquaria worden opgekweekt.

Beschrijving:
Morfologisch (onvolledig): Rugvin: XIV-XV/12, Staartvin: III/8-10, Staartvin afgerond, langer dan de kop.
Schubben: 24 in lengterichting; 3 series op de kaken; in dwarsrichting 16/12.
Diepte 2,25 en hoofdlengte 3 keer standaardlengte.

1). Kleur:
De basiskleur is licht geel, met een lichtblauwe schijn naar achteren toe. De kleur is afhankelijk van de stemming waarin de dieren zich bevinden. De kleur van de schubben zorgt voor een zeer gevarieerde verschijning. De borstvinnen zijn blauwgroen gestreept en de ongepaarde vinnen zijn gespikkeld met dezelfde kleur. De onderkant van de bek is gekleurd met blauw groene strepen, zoals bij andere acara’s het geval is. Een bruinachtige band loopt van het oog naar de bovenkant van de staartvin. Daar eindigt de streep in een donkere vlek op de voet van de staartvin. Een donkere streep loopt van achter en onder het oog naar beneden en wordt lichter naar voor en naar de onderkant van de bek. Er zijn zes – niet zo duidelijke – dwarsbanden op het lichaam, waarvan de middelste het meest uitgesproken is (vooral dan aan de bovenkant). De duidelijkheid van de dwarsbanden hangt af van de stemming waarin de vis zich bevindt, maar meestal is de intersectie tussen de middelste dwarsband en de lengtestreep zichtbaar als een grote donkere vlek.

2). Onderscheid sekse:
Het is bij deze soort heel moeilijk de geslachten te onderscheiden. Mannetjes kunnen iets langwerpiger zijn dan vrouwelijke exemplaren. Bij oudere mannen kunnen aars- en rugvin langer zijn.

3). Afmetingen:
Mannen kunnen tot 30 cm groot worden, terwijl vrouwen kleiner blijven (rond 20 cm). Dergelijke grootte wordt alleen bereikt in grote en zeer goed onderhouden aquaria.

4). Verwante soorten:
Wildvang is slechts zelden voorhanden en wordt meestal verkeerd geïdentificeerd. Meestal vind je ze in aquaria waarop “Aequidens species” vermeld staat.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie