Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Het geslacht Apistogramma

Er zijn er zo’n 70 bekende soorten.
Die zich vooral verspreiden in Tropisch Zuid- Amerika.
De meeste leven in de strooisel zone langs de oever van de kleine of grotere stromende wateren in het oerwoud.
Een weinig gehouden Apistogramma soort (A. Diplotaenia) leeft boven kale zandbodems met maar weinig blad strooisel of hout.
Alle soorten mijden watergedeelten met sterke stroming.

Als aquariuminrichting houden Apistogramma’s het meest van een structuurrijk aquarium, met kienhout, wortels en planten met minstens voor elk dier een schuilhol.
Rondom dit hol vormen ze een klein territorium.
Het oppervlak moet bedekt worden met drijfplanten, want in een onbedekt aquarium blijven deze dieren vaak schuw.
Probeer ze ook een aantal beukenbladeren of anderen te gunnen, ze durven deze ook gebruiken als broedholletje.

Omdat de meeste Apistogramma soorten de neiging hebben een harem te vormen is het raadzaam om een groot aquarium te kiezen, waarin u verscheidene vrouwtjes kunt houden met een man.
Zo voorkomt u agressief gedrag tussen de partners.

Al is het niet gezegd dat een koppeltje niet kan lukken.
Ikzelf heb ook één enkel koppeltje en dit gaat prima.

De dieren zijn het beste te houden in zacht en zuur water.
Zwartwatersoorten zoals de agassizzi stellen hogere eisen, zeker als het om wildvang gaat.
Alle soorten reageren zeer slecht op water dat met organische afvalstoffen is vervuild.

In de natuur eten Apistogramma-soorten in hoofdzaak insectenlarven en kleine kreeftjes, daarom grijpen de meeste soorten moeilijk naar droogvoer, maar met een beetje uithoudingsvermogen is dit goed te leren!
Een afwisselend dieët is wel vrij belangrijk: zwarte of witte muggenlarven, cyclops, watervlooien, pekelkreeftjes en vooral ook naupliuslarven.
Artikel over Natuurlijk visvoer.

Bij mij krijgen ze deze allemaal, elke dag wordt er iets anders gegeven met aanvulling van droogvoer.
Dit komt de kleur zeker ten goede!

Bij bijna alle soorten worden de mannetjes duidelijk groter dan de vrouwtjes en hebben ze bontere kleuren en grotere vinnen.

Een koppel Apistogramma Viejita



De meeste Apistogrammasoorten neigen tot polygamie.
Als ze de kans krijgen, paren de mannetjes met de verscheidene vrouwtjes achtereen.
De neiging tot haremvorming is niet bij alle Apistogramma’s het geval.
A. nijssenni en borelli sluiten meestal een monogaam huwelijk, maar de andere soorten grijpen elke gelegenheid voor veel wijverij aan.
De mannetjes baltsen tegen de vrouwtjes die zich in hun territorium begeven, is het vrouwtje kuitrijp, dan komt weldra de paarvorming in gang.
De toekomstige ouders zoeken samen of alleen een hol om de eieren in af te zetten.
Het vrouwtje maakt het plafond met de bek schoon.
Na de afzetting bekommert het mannetje zich meestal alleen nog om de verdediging van het territorium, maar niet om het broedsel.
Het vrouwtje heeft intussen een geel/zwart broedkleed ontwikkeld, verzorgt de eieren en de larven.
Deze komen na een dag of 3 uit, pas als de larven na een dag of tien vrijzwemmen gaat het mannetje wel eens aan de broedzorg deelnemen, of helemaal niet.
Dit is visafhankelijk.
De vrijzwemmende jongen zijn groot genoeg om artemia naupliën te eten.

Artikel over DwergCichliden Communicatie.

Je kan deze soort vergelijken met de Taenuacara en de Apistogrammoides.

Auteur: www.parelsuitmalawi.nl

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie