Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Synodontis Petricola Dwarf

Meerval SynodontisHet Synodontis geslacht
De Synodontis (uitgesproken als sin oh don tiss) behoort tot de familie Mochokidae en hun naam stamt af van het Grieks waar ‘syn’ staat voor samen en ‘odontis’ voor tand/tanden.
Dit laatste verwijst naar de typische dicht bij mekaar geplaatste onderste kaaktanden van de Synodontis.
De bekenste Synodontissen komen op één na, namelijk de Synodontis njassae van het Njassae- of Malawimeer, bijna allemaal uit het Tanganyikameer.
De meest voorkomende soorten in het aquarium zijn de ‘petricola’, ‘multipunctatus’, ‘polli white zambia’ en ‘petricola dwarf’.
Hier en daar vindt men ook nog eens een ‘dhonti’ of ‘polli’ terug, maar veel minder frequent als bovenstaande soorten.
Synodontissen kunnen, wat taak betreft, vergeleken worden met de Corydorassen van het gezelschapsaquarium.
Ze zijn namelijk uitstekende opruimers van overtollig voer en allerlei andere resten in het aquarium.
Ze accepteren dan ook alle voedselsoorten, zowel droogvoer, diepvriesvoer als levend voer.
Op gebied van sociaal gedrag en vooral voortplanting verschillen de Synodontissen behoorlijk van de Corydorassen.
Het grote verschil hier is dat Corydoras zelden hun eieren opeten en meestal gehouden worden bij rustige vissen.
De medebewoners van de Synodontis zijn dikwijls zeer competitief en zullen elke kans om te eten benutten.
Corydoras legt bovendien zijn eitjes met precisie en zorg, terwijl de Synodontis een eirover op zich al is.
Hij prefereert dan ook nog eens donkere en afgesloten plaatsen waar niemand de eitjes kan opeten, zichzelf meegerekend.
Veel gegevens die niet in het voordeel spreken om een Synodontis te kweken, maar toch lukt het.
Ze zijn vooral ‘s nachts actief en rusten overdag dikwijls uit.
Zeker niet panikeren als je een exemplaar minuten lang doodstil ziet liggen op de bodem van het aquarium.
Want zodra het licht mindert (of gedempt wordt) zie je ze actiever rondzwemmen.
Het best houdt men ze ook in groepjes van meerdere exemplaren afhankelijk van de grootte van het aquarium.
Solo exemplaren zullen zeer snel wegkwijnen en koppeltjes kom je zelden of nooit tegen.
Wanneer men zich een groepje aanschaft, zal men overdag ook kunnen genieten van hun aanwezigheid.
Vooral tijdens de paring is dit een prachtig zicht om hen als het ware door het aquarium te zien zweven.
De bovengenoemde Synodontissen zijn verder zeer sociaal en tolerant wat betreft soortgenoten en vreemdelingen, wat hun zowat geschikt maakt voor elk Afrikaans cichlidenaquarium.
Ze appricieren zelfs de aanwezigheid van anderen en laten zich dan vlugger zien.
Deze bevinding mag echter niet doorgetrokken worden tot alle Synodontis soorten.
Op gebied van inrichting volstaat een rotsformatie met enkele holen en spleten.
Planten worden met rust gelaten en een zandbodem (gemengd met kiezel) is ideaal.
Daar ze uit de Afrikaanse meren komen houden ze van een hoge pH, tussen de 8.0 en 9.0 met een hoge hardheid.
Nakweekexemplaren worden soms in gezelschapsaquaria gehouden met een lagere pH, doch is dit niet aan te raden.

Algemeen

Voor wie een gemoedelijkere Synodontis wilt die niet zo groot wordt, is de Synodontis cf. “petricola dwarf” (uitgesproken als pet ree kola dwarf) de ideale meerval.
De cf staat voor ‘gelijkend op’ en men is er dus nog steeds niet uit op wetenschappelijk vlak.
Hij lijkt op het eerste zicht enorm veel op de Synodontis petricola, maar vertoont toch een aantal verschillen.
Zo is zijn stippenpatroon willekeuriger van vorm en grootte tov dit van de petricola.
Het stippenpatroon loopt bij beiden wel door over de buikzijde.
De lichaamskleur van de petricola dwarf is ook meestal doffer t.o.v. de koper- tot goudkleurige achtergrondkleur van de petricola en ze blijven doorgaans kleiner (vandaar: dwarf).
De overeenkomsten zijn hun witte vinstekels, zowel op de rug-, staart- als borstvinnen en hun zwart driehoekje met een licht wit/doorzichtige zoom in de rugvin.
De larfjes zijn gedurende de eerste weken stiploos en vrijwel volledig doorzichtig.
Pas op latere leeftijd krijgen ze hun zwart driehoekje en zwarte strepen in de startvin.
Beide soorten hebben ook zeer kleine oogjes in vergelijking met andere Synodontis soorten.
Voor het geslachtsonderscheid wacht men best tot ze volwassen zijn.
De mannetjes ontwikkelen dan een geslachtpapilla nabij de anus.
Net zoals de multipunctatus is ook het vrouwtje hier iets molliger van vorm.
De petricola dwarf haalt groottes van ongeveer 8 cm en is pas op late leeftijd (5-6 jaar) sexueel rijp.

Kweek

Het samenstellen van de kweekgroep verschilt van de multipunctatus in dat opzicht dat er meer mannen dan vrouwen nodig zijn.
Men kan de regel gewoon omdraaien en één man meer dan vrouwen nemen, bv 3 mannen met 2 vrouwen.
Een groep heeft ook hier de voorkeur t.o.v. een koppel.
Er werd lange tijd verondersteld dat ook de petricola dwarf een koekoeksmeerval was, maar dit blijkt onterecht te zijn.
Eerst werd er de veronderstelling gemaakt dat, net zoals de multipunctatus, de petricola dwarf zijn eitjes in de plaats legt bij een parend muilbroedend cichlidenkoppel zodat deze de eitjes uitbroedt.
Later werd er overgegaan naar een schelpenbroedende cichlide, maar ook dit is nooit bewezen.
Er zijn zelfs geen waarnemingen van geregistreerd bij hobbykwekers.
Recent is men erachter gekomen hoe deze meerval voortgeplant kan worden met de juiste opstelling en zonder cichliden.
Men spreekt ook wel over de bloempot- of knikkermethode.
Dit houdt in dat we een kommetje gevuld met knikkers in het aquarium zetten.
Hierover zetten we een bloempot met een gat van ongeveer 3-4cm.
Zodoende creëren we een donker hol, slechts toegangkelijk voor kleine meervallen met een soort rooster waar niemand bij en/of tussen kan (de knikkers).
De petricola dwarf gaat net zoals de multipunctatus eerst een soort dans uitvoeren door het aquarium waarbij het vrouwtje voorop zwemt met èèn of twee mannetjes ter hoogte van haar rugvin.
Het gaat er hier echter een stuk sierlijker aan toe dan bij de multipunctatus, waar veel gevochten wordt voor de eerste plaats.
Na een tijdje gaat de vrouw met een mannetje de bloempot binnen en kronkelen ze tegen elkaar.
Ze verankeren zich door de staart naar elkaars hoofd toe te draaien.
Vervolgens trillen ze hevig.
Hierbij lost het vrouwtje haar eitjes en het mannetje zijn homvocht.
De meeste eitjes vallen onmiddellijk tussen de knikkers en hebben een gering hechtingsvermogen.
Dit herhalen ze soms wel meerdere keren gedurende uren na elkaar.
Doordat de eitjes tussen de knikkers verstopt liggen worden ze niet opgegeten door henzelf, noch door andere rovers.
Binnen de 24 uur moet het kommetje met knikkers en eitjes verwijderd worden uit het aquarium.
Alle eitjes dienen dan zorgvuldig uit het kommetje gehaald te worden.
Klevende eitjes kan men licht besproeien met een waterstraal om ze los te krijgen.
Vervolgens dient men in het aquarium waar de ouders zitten een netje te hangen en hierin de bevruchtje, niet beschimmelde eitjes te deponeren.
Witte eitjes (onbevrucht) dienen onmiddellijk verwijderd te worden aangezien alle eitjes enorm gevoelig zijn voor schimmel.
Men controleert best twee keer per dag de eitjes op schimmel totdat alle eitjes zijn uitgekomen.
Het is beter om eitjes waarvan men twijfelt te vernietigen dan ze te laten liggen met het risico dat ze alles aantasten.
Men kan wel posthoornslakjes gebruiken in het netje daar deze enkel onbevruchte, beschimelde eitjes opeten en goede eitjes links laten liggen.
De eerste dagen moet men de larfjes niet voederen daar ze nog over een dooierzakje beschikken.
Vanaf dag zeven kan er begonnen worden met het voeren van artemia naupliën (larfjes), cyclops en stofvoer.
Voor een optimale groei is het aangeraden hun om de twee uur zeer kleine beetjes te voeren.
Er mag geen afval blijven liggen aangezien ze nog steeds zeer teer zijn.
Hier helpen de slakjes ook weer.
Het best blijven de jongen de eerste maand (tot zelfs twee maanden) in hetzelfde water als hun ouders en wordt er meerdere keren minder water dan gebruikelijk ververst.
Bijvoorbeeld wanneer u normaal èèn keer per week 30% ververst, spreidt u dit beter naar twee keer 20% per week.

Persoonlijk

Voor de kweek heb ik een groep van 10 exemplaren gekozen, bestaande uit vijf mannen en vijf vrouwen.
In grote groepen kan men de helft mannen en de helft vrouwen nemen, maar in kleinere groepen (minder dan 6) is het aanbevolen om de bovengenoemde ratio aan te houden.
Het viel mij op dat mijn petricola dwarfs dikwijls in de stroming zwommen achter elkaar en na wat zoekwerk kwam ik erachter dat dit een soort paardans was.
Ik ging ze steeds meer bestuderen tijdens deze paardans en kwam erachter dat ze de dag erna altijd tussen de stenen in de stroming zaten.
De Tropheus waren dan altijd zeer nerveus en soms vlogen ze met z’n allen richting de meervallen en vochten ze voor iets wat ik niet direct kon zien.
Enkele uren later kwam de reden aan het licht; de petricola ‘dwarfs’ waren eitjes aan het afzetten in de stroming.
Blijkbaar komt dit vrij goed overeen met hun natuurlijk gedrag, waar de vrouwtjes ook de stroming opzoeken zodat de eitjes zo snel mogelijk verdwijnen nadat ze gelost worden.
Ze blijven tenslotte ei-rovers, ook van hun eigen legsel!
Na wat zoekwerk op het internet kwam ik bij de “bloempotmethode” uit en het leek mij eens leuk om deze kweekmethode te testen.
Omdat je het kommetje dagelijks moet schoonmaken om schimmelinfecties te vermijden, wachtte ik op de paardans van de groep.
Vervolgens zette ik het kommetje met bloempot erin en amper vier uur later, na een korte verkenning, zwommen de meervallen reeds de opstelling binnen.
Nog een paar uurtjes later en de eerste eitjes werden al gelost.
De volgende dag oogstte ik amper 10 eitjes, die binnen de paar uur beschimmelde.
Wat deed ik verkeerd?, dacht ik bij mezelf, want normaal worden er honderden eitjes gelost, zeker ‘s nachts, wanneer de Synodontissen het actiefst zijn.
Ik heb dan maar besloten om een groter type knikker in huis te halen en het nogmaals te proberen.
De vrouwtjes kunnen wel meerdere dagen na elkaar afzetten, dus dat was geen probleem.
Ik oogstte die week nog twee keer de eitjes uit de bloempot.
Omdat ik toen over ongeveer 90 eitjes beschikte, besloot ik de opstelling te verwijderen.
Ik heb een biofilter onder het groot aquarium en maakte zelf een kweekbakje van een plastic aquarium.
Ik sneed twee grote gaten uit de zijkanten en spande een grote filterkous rond het bakje.
Met een gesloten luchtsysteem van buizen liet ik het bakje in het pompcompartiment van de biofilter drijven.
Om voldoende watercirculatie te krijgen sloot ik nog een luchtsteentje aan op het bakje.
De larfjes zijn in het begin zo klein dat een plastic kweekbakje niet volstaat.
Ofwel moet men zelf iets maken ofwel moet een kweeknetje kopen.
Na ongeveer twee maanden heb ik de resterende jongen (60-tal) overgezet naar een uitgroeibak.
Een half jaar later heb ik nog een 30-tal jongen.
Het sterftecijfer ligt dus vrij hoog (> 60%), maar doordat de vrouwtjes wel honderde eitjes op een week kunnen afzetten is dit niet zo heel erg.
Vooral de eerste maanden zijn zeer cruciaal en de kleinste afwijking in de waterkwaliteit zorgt voor doden.
Ze zijn bovendien zeer competitief wat betreft voedsel vergaren; de langzame eters worden zeer snel achterblijvers en gaan dood.

Bronnen:
– Cichlid Press, Ad Konings, Tanganyika cichlids in their natural habitat, 2nd Edition
– Cichlid Press, Ad Konings, Back to nature guide to Tanganyika cichlids
– Pierre Brichard, Cichlids and all the other fishes of Lake Tanganyika
– Planet Catfish, Catfish of the month, June 2001: www.planetcatfish.com
– Tanganyika NL, Synodontis petricola: kweek van ei tot … : www.tanganyika.nl

 
Reacties

hoe oud kunnen deze worden?

Beste Henk,

100% zeker weet ik het niet, maar wat ik ooit heb gelezen is dan de synodontis rondom de 20 jaar kan worden.

M.vr.gr. Rene

kunnen ze ook met garnalen of klijne en jonge visjes

Hallo Jan,

Dit zijn alles eters waarbij bijvoorbeeld spirulina niet mag ontrbreken, maar ook garnaaltjes zullen zij weg werken.
Dus het is niet aanbevolen om ze samen te houden met garnaaltjes.
Jonge visjes laten zij meestal met rust, maar de kans is er altijd dat ze worden gevreten.

M.vr.gr. Rene

goedendag ik heb cichliden bak met bijna allemaal Pseudotropheus cichliden erin
en 2 Synodontis petricola dwarf (volwassen)
ik heb afgelopen maand 8 jongen gekocht van ongeveer 2 a 3 cm maar ze zijn binnen een maand allemaal dood op 1 na
weet jij hoe het zou komen of ze opgejaagd worden door de 2 volwassenen of door de cichliden?
ze zijn niet aangevreten ofzo
en verder doen de cichliden het goed die jongen als een gek

mvg henk

Hallo Henk,

Is uiteraard moeilijk te zeggen wat precies de oorzaak is, aangezien de rest van de vissen het allemaal goed doen.
Het enigste wat ik mij kan voorstellen, dat zij eventueel zijn opgejaagd door andere maar dit had je dan moeten constateren.
Een andere gedachte is misschien te snel omgezet, niet goed laten wennen aan het water ?

M.vr.gr. Rene

Ze zwommen goed aten goed ze waren al klein beetje gegroeid
en het gekke was dat ze 1 voor 1 dood gegaan zijn en altijd in de nacht
Ik zag wel dat soms Door 2 grote opjaagt en enkele cichliden maar niet extreem

Hey Rene

Ik heb al 2 petricolas cadeau gekregen die het helemaal naar hun zin hebben in mijn bak,Ik zou er heel graag meer willen hebben en ben opzoek naar een goeie kweker / Dieren winkel in de buurt van Amsterdam.

Mvg Jae

Hallo Jae,

Ik kom zelf uit het zuiden dus helaas ben kan ik je niet zo een twee drie zeggen waar in Amsterdam deze varianten zijn te krijgen.
Wel zou je Markplaats eens goed in de gaten kunnen houden, vraag desnoods aan iemand die Tanganyika Cichliden doet aanbieden misschien dat zij je verder kunnen helpen.

M.vr.gr. Rene

Plaats een reactie