Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Labeotropheus trewavasae Chilumba

Herkomst:
Malawimeer, vindplaats Chilumba.

Uiterlijk:
Zowel het mannetje als het vrouwtje worden ongeveer 17 cm.
Door hun onderstaande bek en vlezige neus zijn ze heel herkenbaar.
Het mannetje heeft een lichtbruine kleur met een lichtblauw gestreepte staartvin en een lichtblauwe rug- en aarsvin, de vrouwtjes zijn antraciet grijs.
De Labeotropheus trewavasae kent verschillende kleur varianten, afhankelijk van de vindplaats zijn ze blauw, geel, oranje, gevlekt (Orange Blotched of OB) of een combinatie van deze kleuren.
De OB vrouwen komen redelijk vaak voor, terwijl de mannen dan gewoon een kleur hebben.
OB mannen zijn in het meer zeer zeldzaam.

Labeotropheus trewavasae Chilumba
labeotropheus



Inrichting:
Het aquarium moet minimaal 1.50 m. zijn, inrichten met veel stenen zodat er schuilplaatsen ontstaan voor het vrouwtje.
Ze vinden het lekker om alg van de Vallisneria af te schrapen.
De bodem moet uit zand bestaan.

Karakter:
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen onderling nogal eens vrij onverdraagzaam zijn.

Voedsel:
Door de vorm van hun bek kunnen deze vissen in het meer heel goed de alg van de rotsen afschrapen.
In het aquarium eten ze vnl. dus alg, spirulinavlokken, maar ook levend- en diepvriesvoer.

Waterwaardes:
Temperatuur: 23-25 graden.
GH: 12-16, PH: 7,5-8,5.

Kweek:
Het vrouwtje houdt de eitjes ongeveer 3 weken vast, waarna ze uitgespuugd worden.
Eigen ervaring:
De 1e dag pakt ze de kleintjes nog een paar keer terug, maar als ze denkt dat de kust veilig is, dan laat ze alle kleintjes gewoon los en pakt ze niet meer terug.

Auteur: www.parelsuitmalawi.nl

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie