Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Altolamprologus calvus

Altolamprologus Calvus is een endemische subtraatbroeder uit het Tanganyikameer.

Endemische soort uit het Tanganyika meer die word aangetroffen in het zuidelijke deel van het Tanganyika meer, op sommige plaatsen echter zeer zelden.
In het zuiden zijn de populaties nog het dichtste en leven de dieren in groepjes van twee tot vier individuen.
A. calvus leeft bij voorkeur in de buurt van het rotskust-biotoop en in het overgangs biotoop naar de zandkust,meestal op vrij geringe diepte.
Ze zwemmen meestal zo’n 50 tot 100 cm boven het substraat, op zoek naar prooi dieren.

Groote:

Volwassen mannelijke exemplaren zullen in het aquarium ongeveer 15 cm groot worden.
Daar in tegen zullen de vrouwelijke exemplaren vaak de helft zo groot worden, rond de 8cm.
In de natuur zal dit bij beide iets groter zijn.
De Altolamprologus soorten zijn zeer langzame groeier en het zal dus lange tijd duren voordat deze soort geslachtsrijp is.
Dit zal ongeveer bij 2 a 2 en een half jaar zijn.

Lichaamsvorm:

Zijdelings is het lichaam sterk afgeplat en is de lichaamsbouw hoger te noemen dan andere cichlide soorten mede door de hoge rugvis lijkt deze soort nog hoger in lichaamsbouw.
Door deze lichaamsbouw kunnen deze vissen in zeer smalle rotsspleten binnendringen zowel voor het zoeken van voer als deze spleten te gebruiken als schuilruimtes.
De staartsteel is zeer smal en de staartvin is bijna rond wanneer ze uitgespreid wordt, de.
De soort heeft tevens een diep gespleten muil, die zoals bij de Altolamprologus-soorten kan uitgestulpt worden.
Door de lichaamsvorm en harde schubben, zijn ze goed bestand tegen roofvissen en roofdieren, ze kunnen zich namelijk verbergen in nauwe spleten.
Wanneer we naar de naam kijken van de A calvus kan dit vertaald worden vanuit het Latijns naar Alto wat hoog betekend en verwijst naar de hoge bouw van deze soort.
Calvus kan men vertalen naar kaal, wat in dit geval aangeeft dat de soort geen schubben heeft tussen de basis van de rugvin en de oogkassen.

Kleur en tekening:

Deze vis wordt aangeboden in verschillende kleurvariaties, Onder andere: “black”, “white” en “yellow”. Maar naast deze kleuren zijn is er bv ook nog de A. calvus “Red fin”.
Over het lichaam zijn licht gekleurde iriseren stippen waar te nemen die per variant kunnen verschillen in grote.
Deze stippen zijn zichtbaar op de flanken alsmede in de vinnen.
Als tekening zijn donkere verticale strepen te zien, deze zijn het duidelijkste aanwezig aan de voorzijde van het lichaam en naarmate men bij de achterzijde van het lichaam komt beginnen deze strepen te vervagen.
Bij sommige varianten is de ervaring dat in tegenstelling van vele andere cichlide soorten dat de vrouw donkerder kleurt als de mannelijke exemplaren, ook buiten de broed periode.
Vaak is dit het geval bij de “black” varianten.

Geslachtsonderscheid:

Mannen zijn/worden groter als de vrouwen.
Volgroeide volwassen mannen worden over het algemeen groter als de vrouwen.
Ook zijn bij de mannen de vinnen langer als bij de vrouwen.

Kweek:

Omwille van de onderlinge agressiviteit is het niet eenvoudig deze soort in het aquarium tot voortplanting te brengen.
In de natuur zoeken de wijfjes zeer smalle spleten tussen de rotsen op voor het afzetten van hun legsel.
De mannetjes zijn meestal te groot voor deze holen en moeten hun sperma aan de ingang van het broedhol achterlaten.
Het is gebleken dat de dieren een voorliefde hebben voor grote slakkenhuizen (10 cm doorsnee) om de eitjes in af te zetten in het aquarium, dus deze zouden aanwezig moeten zijn.
De verdere zorg voor het legsel wordt aan het wijfje overgelaten terwijl de man de ingang zal bewaken. Na een week zullen de jonge vissen gaan uitzwemmen.
De vader zal proberen de jongen op te eten.
Sommige kwekers en hobbyisten zetten de moeder met bv schelp over naar een aparte kweekbak om de jongen te behouden.
De vrouwen kunnen in goede conditie om de 30 tot 35 dagen eieren afzetten.
Het aantal eieren zal bij jongere dieren ongeveer een 75 tal eieren zijn, maar bij volwassen en ervaren dieren kan dit oplopen tot wel 200 eieren per broedsel.

Water:

Bij voorkeur met een pH rond 8, een totale hardheid rond 10 DH en een carbonaat hardheid van 18 DH. Een geleidbaarheid rond 600 µS, een temperatuur van 24-27 graden.
De A. calvus waardeert een zo hoog mogelijke zuurstofconcentratie in het water en zo weinig mogelijk nitraten.
Men moet ook rekening houden met het feit dat de A.cavus zeer gevoelig is voor water wisselingen.

Voeding:

in de natuur eet A. calvus bij voorkeur kleine visjes.
Ook garnalen en andere kreeftachtigen staan bovenaan op de verlanglijst.
In het aquarium kunnen we best met deze gegevens rekening houden, als ook ander dierlijk voer aanbieden.
Mogelijk eet A. calvus in het begin mogelijk slechts aarzelend, doch daarna blijken ze over meer eetlust te beschikken.
Aangezien het dus rovers zijn moet er rekening mee worden gehouden dat jonge vissen (nakweek) van medebewoners kan worden gezien als voedsel.

Gedragingen:

Tegenover soortgenoten gedragen ze zich redelijk onverdraagzaam.
Daarom is het aan te raden ze niet in kleine aquaria met meerdere dieren tezamen te houden.
Andere soorten laten hen redelijk onverschillig.
Altolamprologus is een relatief langzaam zwemmende cichlide.
Deze zal zich het prettigste voelen wanneer er een bestand word gekozen met rustig zwemmende cichliden.
Hiermee bedoelt men vissen zoals Tropheus, Opthalmotilapia en vissen met vergelijkbare energieke uitspattingen of territoriale neigingen.
De calvus heeft als eigenschap bij het zien van voer of andere beweging om zich heen een houding aan te nemen waarbij deze diagonaal in het water gaat hangen met de kop naar beneden toe.
Vermoed word dat dit is om de afstand beter in te kunnen schatten.
Bij eventuele dreiging zullen ze het lichaam dwars naar de aanvaller toedraaien en de vinnen opzetten.
Hierdoor lijken ze groter wat vaak de aanvaller afschrikt.
De vis zal in het aquarium het meest aangetroffen worden in de midden zone en de bodem zone van het aquarium, voornamelijk zal de vis zich bij en tussen de rotsen ophouden.
De A. calvus zal zich een territorium toe eigenen en deze tegen soortgenoten dan ook verdedigen

Aquariuminrichting:

Een imitatie van het overgangsgebied tussen de rotskust en de zand kust lijkt aangewezen.

Website auteur: www.mopampa.nl

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie