Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Anableps Anableps

anablepsSynoniem:
Vier oog vis

Herkomst:
Belize, Honduras, Nicaragua, Panama, Colombia, Guyana, Suriname, Frans Guyana, Brazilie

Grootte:
Mannen worden circa 15 cm, en vrouwen circa 20 cm.
Maar als ze goed gehouden worden, onder de juiste omstandig heden kunnen ze een stuk groter worden.

Sociaal gedrag:
Het zijn rustige vissen die zich voornamelijk aan de oppervlakte ophouden.

Aquarium:
Minimaal 200 cm diepte is niet echt van belang.

Decoratie:
De oppervlakte moet niet te veel begroeid zijn zo dat er redelijk wat zwemruimte voor ze zijn.
Deze vissen leven meestal in mangrove, lagune, of in de omgeving zoetwater habitats.

Waterwaarden:
Temperatuur: 24-28 graden.
pH: 6,5 – 7,5
GH: 8 – 12
KH: 5 – 10
Zoutgehalten: 1.005 – 1.010

Verzorging:
ripariumDeze vissen zijn door hun speciale leefwijze uitstekend geschikt om in een aquaterrarium (of paludarium) te houden, pas dan kunt u als verzorger van deze mooie vissen er optimaal voor zorgen.
In een normaal aquarium horen deze vieroogvissen eigenlijk niet thuis.
In het wild komen ze voornamelijk voor in zoetwater maar ze worden ook gevonden in brakwater.
Ze moeten in een school gehouden worden.

Dieet:
Voorkeur levend voer insecten, andere kleine ongewervelde maar ook kleine visjes, wordt ook wel diepvriesvoer aangenomen en af en toe droogvoer.

Kweek:
Deze vissen zijn verwant aan de levendbarende tandkarpers (familie PoeciIiidae), en brengen ook levende jongen ter wereld.
Net als guppen zijn de mannetjes uitgerust met een gonopodium (uitwendig voortplantingsorgaan).
Bij vieroogvissen is het echter zo, dat het gonopodium naar links of naar rechts kan bewegen, terwijl de geslachtsopening van het vrouwtje zich ook links of rechts bevindt.
Dit heeft tot gevolg, dat een ‘links’ mannetje alleen met een 1 “rechts” vrouwtje kan paren en omgekeerd.
Per worp worden slechts 1 tot 5 jongen geboren.

anableps-anablepsBeschrijving:
Vieroogvissen leven aan de oppervlakte van het water.
Men spreekt ook wel van ‘oppervlaktevissen’.
Ze zwemmen zodanig, dat de waterlijn over het midden van het oog loopt, zodat hun ogen gedeeltelijk boven water uitsteken.
Het oog is ter hoogte van de waterlijn in tweeën gedeeld, waardoor in ieder oog twee netvliezen en twee hoornvliezen aanwezig zijn.
Op deze manier kunnen vieroogvissen even goed boven als onder water zien.
Terwijl vieroogvissen dus onder water kunnen zien of er gevaar dreigt, speuren ze boven water naar voedsel, in de vorm van boven het water vliegende insecten.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie