Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Begrippenlijst

Wildvang:

Wildvang is de benaming voor vissen die worden gevangen uit het wild en worden geëxporteerd naar de hobbyist.
Pondbred:

Nabij de meren bevinden zich grote aangelegde vijvers waarin een aantal cichliden gekweekt wordt in grote getallen. De inteeltfactor is vanwege de grote groep nihil. Deze vissen dienen echter behandeld te worden als zijnde wildvang exemplaren. De Engelstalige term, ‘pondbred’, kan dan ook letterlijk vertaald worden als ‘gekweekt in vijver’. Deze worden in sommige gevallen aangegeven met F0

Wildvangnakweek:

Dit zijn vissen die in de handel worden aangeboden als wildvang nakweek exemplaren. Vaak worden deze F1 exemplaren genoemd. Deze zijn direct nakomelingen van vissen die uit het wild afkomstig zijn, maar in het aquarium zijn geboren. De vissen zijn gewend aan de aquariumomstandigheden en omdat de ouders uit het wild komen is er geen sprake van inteelt. Hierdoor is wildvang nakweek vaak van goede kwaliteit.

F1:

F1 is een term die word gebruikt om aan te duiden dat een vis de eerste generatie nakweek van wildvang is.

Filial:

De F verwijst naar de Latijnse term ‘Filial’, terwijl het cijfer aangeeft welke generatie men over praat. Bij de tweede generatie nakweek praat men over F2 (nakweek van twee F1 exemplaren), de derde generatie is F3. Na F3 praat men niet meer over F4, F5, … maar wordt er overgegaan op aquarium grootgebrachte vissen. Men doet dit omwille van de mogelijkheid op genetische overeenkomsten tussen de exemplaren waarmee men kweekt. Er zijn gedeelde meningen over wat een kweek tussen een F1 en F2 exemplaar van dezelfde bloedlijn bijvoorbeeld oplevert. De 2 meningen worden verdeeld door mening 1, de wet van mendels en mening 2, die van de hobbyisten. In beide gevallen word er gebruik gemaakt van de Letter F wat het verwarrend maakt.

De mensen die gebruik maken van de wet van Mendels zullen zeggen dat de andere manier een onjuiste manier is van het gebruik maken van het F systeem. Lees hier de wet van Mendel. Hij is deze testen begonnen met niet wilde planten, hem ging het alleen om te kijken hoe het in zijn werk gaat met genen en hoe dit naar de herkomst terug te leiden is, wat er zou gebeuren wanneer X met Y word gekruist. Wanneer men begint met de ouder, F0 of ook wel P genoemd. F0 is trouwens een niet gebruikte term van Mendel maar is ingevoerd door hobbyisten om wildvang aan te geven en is geaccepteerd. In Mendels theorie zijn de jongen van Wildvang (F0, P), F1. Wanneer deze F1 word gekruist zal daar F2 uit komen. Wanneer deze F2 word gekruist krijg je F3, etc etc. Op deze manier gebruikt de andere partij ook het F systeem. (let wel Mendel is niet met F0, P begonnen maar met een willekeurige generatie).

Maar hier het verschil.
In Mendels systeem gaat het om de genetische overeenkomsten die worden doorgegeven. Bij de hobbyisten gaat het erom om aan te geven hoever de jongen afstammen van het wild. Wanneer er met Mendels theorie een niet verwante F1 met een andere F1 word gekruist, komt hier weer een F1 exemplaar uit voort. Dus alles wat met elkaar gekruist word, als het maar niet verwant is aan elkaar, (F1, F2,.., F8) zou dus F1 opleveren aangezien het niet uit dezelfde genenpoel komt en dus weer een zuivere F1 oplevert. Hobbyisten zeggen dat is onmogelijk, F1 + F1 = F2, namelijk 2 generaties gekweekt van wildvang af.

De letter F word dus op 2 verschillende manieren gebruikt, 1 (de wet van Mendel) om aan te geven of er genen (inteelt) zijn gekruist, en manier 2 om aan te geven hoever de jongen van het wild afstaan. Wanneer de hobbyisten hadden besloten om een andere letter te gaan gebruiken dan de F zou er veel minder verwarring zijn ontstaan over het hele F gebeuren.

De officiële internationale reglementen die gelden voor dieren/planten etc geven het volgende aan. De f (filial) geeft dus de lijn aan, maar wanneer je twee exemplaren van verschillende filial jongen laat ‘produceren’ krijg je een gehele andere benaming die bestaat uit de referentie naar 2 filials!! En dus niet naar een enkele filial.
Een voorbeeld: wv exemplaar + f1, jong heeft dan als officiële benaming f x f1
Ander voorbeeld: f2 vrouw kruist terug met een wv man, jong heeft dan als officiële benaming f2 x f . Wanneer men een f1 kruist met een f1 uit een andere lijn, dan is het jong geen f2 en ook geen f1, maar een f1 x f1.
Verder telt men ook niet verder dan filial 3. Alles wat na filial 3 komt heet tankraised (ned. benaming gekweekt) en heeft geen filial meer!

Biparentale muilbroeder:

Hierbij praat men over vissen waarbij beide ouderdieren deel nemen aan de (muil)broedzorg. Het eerste deel van de broedperiode word in de meeste gevallen verzorgt door de vrouwe, de man zal dit na een periode over nemen om de broedperiode verder door te zetten

Maternale muilbroeder:

Hierbij neemt de vrouw de jongen in de bek, zij zal de eieren de gehele broedperiode vast houden en beschermen. Na het loslaten van de jonge visjes zal de moeder nog enige tijd zorgen voor het welzijn van de jongen en bij gevaar de jongen weer in de bek opnemen.

Ovofiel muilbroeder:

Eierminnend; Deze term wordt gebruikt voor muilbroeders die niet slechts de larven, maar ook de eieren in de mondholte verzorgen.

Holenbroeder:

Deze zal ervoor kiezen om de eieren in een hol (soms in de vorm van een schelp) af te zetten en deze daar te laten uitkomen. De jongen zullen ook nog gedurende een aantal weken in dit hol verblijven ter bescherming.

Schelpenbroeder:

Vergelijkbaar met een holenbroeder, ook deze zal ervoor kiezen om de eieren in een schelp af te zetten en deze daar laten uitkomen. De jongen zullen ook nog gedurende een aantal weken in dit hol verblijven ter bescherming.

Substraatbroeder:

Hierbij praat men over vissen die in het zand een broedkuil graven met in het centrum een steen waaronder de eitjes worden afgezet. De vissen zetten hun eieren dus af op substraat. Verder is het algemeen dat substraatbroeders broedzorg hebbendat wil zeggen dat ze zowel de eieren als de jongen beschermen en opvoeden, tijdens deze periode zijn de ouders feller tegen andere vissen dan normaal zowel tegen hun eigen soort als tegen andere vissoorten.

vrijleggers:

Dit zijn de vissen die hun eieren afzetten op alles en overal Deze vrijleggers hebben geen broedzorg. Dat wil zeggen dat ze na het afzetten van de eieren er niet meer naar om kijken en de kans zelfs groot is dat ze hun eigen eieren opeten.

Uitschudden:

Sommige kwekers/handelaren schudden muilbroedende cichliden uit. Men doet dit door het uitvangen van de muilbroedende cichlide. Vervolgens trekt men de bek open om boven een bak water de vis uit te schudden. Vaak doet men dit door de bek open te houden en de vis langzaam achterwaarts het water uit te trekken, hierdoor vallen de eieren/larven uit de bek van de vis en kunnen deze in een kweekbak worden grootgebracht Deze kweekbak word vaak een tumbler genoemd. In Nederland word er met boze tongen over het uitschudden van cichliden gesproken omdat dit de vissen veel stress zou opleveren en vermoed word dat deze jongen een belangrijk inprentingproces mislopen, dit is echter nooit bewezen. Echter is het uitschudden in bv Amerika/Australië/China ed de normaalste zaak van de wereld en worden de meeste cichliden bij een broedperiode van rond de 15 dagen uitgeschud.

Tumbler:

Dit is een apparaat waar de eieren in beweging worden gehouden en het broedproces kunstmatig word nagebootst. Dit kan dmv stromend water of door te werken met lucht. Let wel wanneer de lucht direct in aanraking komt met de eieren/larven kunnen deze verschimmelen.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie