Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Crenicichla Vittata

Crenicichla Vittata Heckel 1840

Vittata betekend gestreept met banden, verwijzend naar de brede zwarte lengtestreep en de soms zichtbare vertikale streeptekening die vanaf de zwarte lengtestreep over het grijzige bovendeel van het lijf loopt.
Het onderlijf is oranje/rood gekleurd.
Volgens de geraadpleegde literatuur komt de Vittata voor in het gebied van de Mato Grosso (Brazilie) en in Paraquay (Cuiaba)en Uruquay.
De Vittata’s in mijn bezit komen uit Noord-Argentinië.
De soorten uit de diverse biotopen verschillen wel wat van intensiteit van de kleur oranje/rood.
Heb me laten vertellen dat de soort uit Argentinië het roodst is.

vittata

De rugvin bezit 21 -23 stekels.
In de literatuur wordt zo’n 30 centimeter genoemd als lengte.
Enige exemplaren in mijn bezit zijn dit al of hebben de 30cm al ruim gepasseerd.
De grootste man meet tussen de 35 en 40 cm en is zo’n 10cm hoog.
In de natuur (metingen in Paraquay) schommelen de zomertemperaturen van het water tussen de 21 – 25 gr.
En een PH van rond de 8,2.
De wintertemperatuur bedroeg zo’n 12 – 15 gr.
Ze komen zowel voor in rustige beekjes als kanalen van zo’n 15 meter diep.
Ze houden zich dan op tussen de rotsen, overhangend gesteente en hout formaties cq planten.
De Vittata voedt zich in de natuur oa met vis, keverlarven en de diverse waterinsecten.

crenichla

Eigen ervaring

De Vittata’s in mijn bak zijn gevangen door Acuario Plecos uit Chaco, Argentinië.
De bekende Jens Gottwald uit Duitsland heeft 12 van deze Vittata’s geïmporteerd waarvan er uiteindelijk 6 in Nederland zijn terecht gekomen.
Jens heeft met deze dieren gekweekt.
Een exemplaar van deze nakweek zwemt bij mij in de bak, de overige 6 zijn dus wildvang exemplaren.
Dus je kan wel zeggen dat deze groep Vittata’s vrij uniek is.

De 7 Vittata’s bewonen een 2.50 x .70 x .70 bak met als bijvis 6 wildvang Australoheros Faecetum uit Paraquay.
De bak is onverwarmd en staat in een inpandige schuur.
Hierdoor ben ik in staat de natuurlijke seizoenen enigszins na te bootsen.
Zomers bedraagt de watertemperatuur zo’n 25graden.
In de winter zit deze temperatuur zo rond de 14graden.
Tijdens de koude periode zijn de dieren vrij inactief.
Overigens zijn de Vittata’s geen actieve zwemmers, een groot deel van de dag brengen ze al rustend door op de bodem of in hun schuilplaatsen.

De groep zit al vanaf 2007 bij elkaar.
Het is een van de weinige crenicichla soorten die het goed doet in een groep.
Er is weinig tot geen onderlinge agressie.
Het geslachtsonderscheid is niet te zien, wel zijn de mannen forser dan de vrouwen gebouwd en de mannen ontwikkelen na verloop van tijd een voorhoofdsbult.

Onder de groep dieren bevinden zich in ieder geval twee kweekkoppels.
Doordat de dieren geen actieve zwemmers zijn verbruiken ze ook weinig energie.
Ze krijgen zo’n twee keer per week voer in de vorm van spiering/sprot.
Droogvoer en/of ander voer eten ze niet.
Per keer eten ze zo’n 3 of 4 spieringen.
Heel soms worden ze verwend met levend voer.
Dan pas kun je het jaag gedrag van de creni’s mooi waarnemen.
Het zijn geen actieve jagers, ze wachten rustig dat hun prooi in de buurt komt.
Wat mooi is om te zien dat de verticale strepen steeds verschijnen en verdwijnen.
Op een gegeven moment krommen ze hun lijf enigszins en schieten dan razendsnel op de prooi af.

 

 

De Vittata stelt opzich weinig eisen aan het water, ze gedijen goed op gewoon kraanwater.
Uiteraard spreekt het voor zich dat regelmatige waterverversing bij dergelijk grote vissen wel noodzakelijk zijn.

 

 

Het kweken is redelijk eenvoudig.
Het opkweken van de jongen is wat lastiger.
Zodra de watertemperatuur oploopt (vanaf juni ) gaan ze over tot afzetten.
De creni’s hebben geen uitgebreid baltsspel.
Ze zetten het liefst af in een pvc-buis.
Stellen diverse schuil mogelijkheden wel erg op prijs (net als in de natuur).
De nesten die ik tot nu toe heb gezien bedragen zo’n 100 – 200 gelige eitjes die enigszins ovaal van vorm zijn.
Na een dag of 5 (afhankelijk van de temp) komen de eitjes uit en na nog een dag of 5 a 7 gaan de jongen vrij zwemmen.
De agressie van de ouders in de broedtijd valt erg mee, alles wat dicht in de buurt van het nest komt wordt verjaagd.
Er volgen geen jaag- cq slooppartijen.
Het bijzondere is dat de eerste dagen de jongen van de epidermis eten van de ouders.
De vrouw bewaakt het legsel en de man het overigens kleine territorium.
In de zomer van 2009 heb ik een gedeelte van een nest afgeheveld.
Uiteindelijk van de 25 jongen 2 jongen overgehouden die nu (juni 2010) zo’n 7 cm meten.
Deze zijn inmiddels gewend aan het eten van divers diepvriesvoer zoals mysis, acetes.

jongen

2009 was een leerjaar, dit jaar gaat het hopelijk lukken om een groep op te kweken.

Filmpje met het eerste legsel van 2010.
Goed te zien zijn de zwarte lengtestreep en de verticale streeptekening bij de vrouw:

 

 

Geraadpleegde bronnen:
Die Buntbarsche Amerikas Band 3 Stawikowski/Werner
Cichlidos on line Argentina
Aplecos Amazonias Acuario Argentina

Beeldmateriaal, Auteur: Rob Rensen

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie