Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Het geslacht Laetacara

Drie van de zes bekende Laetacara kan men tot de dwergcichliden rekenen, waaronder de blauwa Acara (L.curviceps) een oude bekende onder de dwergcichliden.

Laetacara soorten vindt men in alle tropische delen van Zuid-Amerika.
De kleine soorten uit dit geslacht leven in warme stilstaande en sterk begroeide delen van grote of kleine , heldere dan wel troebele wateren, onder meer ook in drijftilgemeenschappen.

Deze dieren kan men al in kleine bakken houden, mits voorzien van de dichte beplanting (ook drijfplanten) kleine kienhoutwortels en stenen.
Omdat ze erg schuw zijn, best een van zo’n 80cm.
Waarin ze gezelschap hebben van scholenvisjes, zet er geen wildebrassen bij want dan leggen ze het loodje.

Waterwaardes zijn niet van erg groot belang, mits het maar warm genoeg is voor hun welbevinden.
Ze doen het wel beter in zacht en zuur water.

Over voedsel in de natuur is vrijwel niets bekend.
In het aquarium nemen ze alle gangbare voedselsoorten aan.

De mannetjes en de vrouwtjes blijven ongeveer even groot, de mannetjes krijgen meestal een donkere vlek in de rugvin.

De dieren zijn monogame vrijbroeders.
De paarbinding kan gedurende verscheidenen broedperioden in stand blijven.
Bij de kleinere Laetacara soorten vinden we het zeldzame verschijnsel dat het mannetje van meet af aan de broedzorg kan overnemen, terwijl de vrouwtjes het territorium gaan verdedigen.
De eieren worden nabij de bodem op de stenen afgezet ook wel tussen de drijfplanten.
Een legsel kan zo’n 100 jongen opleveren die door de ouders ongeveer drie weken worden verzorgd.
Als eerste voer kan je artemia naupliën geven, al zijn deze soms te groot voor de larven.
Soms kan het ook volstaan om fijngewreven droogvoer te geven.

Laetacara dorsigera

Afbeeldingen: Sven Joosens.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie