Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Het geslacht Mesonauta

Karakteristiek voor de mesonauta soorten is het grote aantal rugvinstekels.
Voorheen ging men er vanuit dat alle vlagcichliden (oude benaming) tot een en dezelfde soort behoorden.
De geslachtsnaam was vroeger Cichlasoma.
Pas in 1986 werden de diverse soorten beschreven (Kullander).


Het zijn zachtaardige ietwat schuwe vissen die in de paartijd behoorlijk pittig kunnen zijn.
Deze soorten zijn over het algemeen niet moeilijk te houden als men rekening houd men de inrichting en waterkwaliteit.
Beschutting in de vorm van hout (vertakkingen) en planten stellen ze erg op prijs.
Het zijn niet echt groepsvissen.
Ze houden zich voornamelijk op in de midden- en bovenzone van het aquarium.
De paarvorming bij deze vissen is erg sterk, een eenmaal gevormd koppel blijft bij elkaar.
Jonge vissen scholen wel samen maar zodra ze geslachtsrijp zijn gaan zich koppels vormen en deze wijken nauwelijks van elkaars zijde.

Geslacht verschillen zijn op jong volwassen leeftijd niet waar te nemen, pas als de vissen ouder worden zie je dat de mannen beduidend forser worden als de vrouwtjes.
De vissen kunnen redelijk fors worden, een 15 tot 20 cm is geen uitzondering.

Er zijn momenteel diverse soorten beschreven:

  1. De Insignis (Heckel 1840). Komt oa voor in de Rio Negro, Orinoco. Ook komt deze soort voor in Columbia, Rio Inrida.
  2. De Egregius (Kullander 1991). Rio Orinoco tot in Columbia.
  3. Sp. Orinoco
  4. Sp. Guyana
  5. Mirificus (Kullander 1991) komt oa voor in Peru; Rio Mazon, Rio Napo
  6. Festivus (Heckel 1840) komt voor in het Boliviaanse gedeelte van de Amazone. Verder nog in Peru en Paraquay.
  7. Sp Amazonas
  8. Sp Xingu
  9. Acora (Castelnau 1855) oa Rio Aragaia

De allereerste mesonauta’s zijn in 1909 naar Europa (Berlijn) gekomen.
Zo zijn ze geleidelijk in de hobby verspreid.
Lange tijd is het een ondergewaardeerde soort geweest.

Determinatie van de soort (en vooral als de vissen jong zijn) is erg lastig.
Het scheelt al enorm als je weet waar de soort gevangen is zodat je al een aantal opties kan elimineren.
Determinatie is pas goed mogelijk als de mesonauta hun kenmerkende streeptekening laten zien welke voor iedere soort verschillend is.
Sommige soorten ontwikkelen een gele keel- cq buikpartij en dat maakt het weer wat gemakkelijker, oa de egregius heeft dat.

De mesonauta in het aquarium

tekening
Mesonauta streeptekening

Afhankelijk van de soort (herkomst) kun je over het algemeen zeggen dat een gemiddelde watertemperatuur zo tussen de 23 – 26gr voldoende is.
Voor de kweek mag de temperatuur hoger zijn.
Enigszins zacht en zuur water wordt wel op prijs gesteld evenals schoon water.
Het aquarium kan men het beste inrichten met het nodige hout (vertakkingen) waartussen de vissen kunnen schuilen.
Niet te felle belichting (zoals de meeste zuiders) en wat drijfplanten maken het plaatje compleet.
De mesonauta wil soms wel eens wat groen snoepen.


Naarmate de vissen ouder worden zie je dat ze minder zwemlustig zijn.
Veelal hangen ze op dezelfde plaats rond op gepaste afstand van soortgenoten.
De koppels blijven continu dicht bij elkaar.

Bij mij in de 3.00 mtr bak heeft ieder koppel (zijn er drie) zijn eigen stek.
Soms wordt er onderling gedreigd maar tot serieuze gevechten komt het verder nooit.

De Kweek

jongen
Mesonauta met jongen

Als de omstandigheden goed zijn ( waterkwaliteit, temp ed) is de kweek vrij eenvoudig.
De mesonauta’s zetten hun eitjes bij voorkeur af op een stuk hout, de achter- cq zijwand van een aquarium of een stevig blad.
Ze zullen vrijwel nooit afzetten op een steen die op de bodem ligt.
De plaats wordt van te voren goed schoon gepoetst.
Wat dan heel fraai is om te zien is de mooie streeptekening die ze dan laten zien.


Per keer kunnen zo’n 200 – 500 eitjes orden afgezet.
Grotere legsels als 150 – 200 heb ik nog niet waargenomen.
Het vrouwtje zet de eitjes in groepjes af waarna het mannetje ze bevrucht.

Het vrouwtje bewaaiert de eitjes voornamelijk terwijl het mannetje het territorium bewaakt.
Soortgenoten worden fanatiek verjaagd.
Afhankelijk van de temp/waterkwaliteit komen de eitjes na 3 – 5 dagen uit.
De ouders kauwen de eitjes stuk in de bek zodat de jongen makkelijk uit het eitje kunnen komen.
Daarna worden de jongen verzameld op een veilige plek, meestal op een blad of een stuk hout.

Hier het afzetten van de mesonauta’s

 

 

Na een paar dagen gaan de jongen vrijzwemmen.
Het is erg mooi om te zien zo’n groep jongen met de ouders in broedkleur rond te zien zwemmen.

Ouders met vrijzwemmende jongen

 

 

In een aquarium met andere vissen zullen niet veel jongen het redden.
Als je enige jongen wilt opkweken is het beter een koppel apart te zetten of na een aantal dagen een hoeveelheid jongen af te hevelen.
Als voer kan men slootinfusie geven of net uitgekomen artemianauplien.

Jonge mesonauta’s in opkweek

 

 

Geraadpleegde bronnen:
Het Aquarium 7/8- 2004
Die Buntbarsche Amerikas Band 1

Beeldmateriaal, Auteur: Rob Rensen

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie