Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Het Malawi meer

Het Malawimeer (vroeger het Nyassameer genoemd) is het meest zuidelijke van de grote meren in oostelijk Afrika.

Het is 603km lang, de grootste breedte is 87km, het beslaat een oppervlakte van zo’n 29.600km2 en heeft een maximale diepte van 704m.

De temperatuur van het oppervlaktewater ligt het gehele jaar door tussen 23,5 en 27,5 °C, terwijl het water bij de bodem slechts een klein beetje kouder is.
Bij geringe temperatuurverschillen ontstaat er geen vermenging van het dieper liggende water en het oppervlakte water.
Zo zien we in het Malawimeer het zuurstofrijke oppervlaktewater als een 100 tot 150m dikke laag boven het zuurstofloze bodemwater liggen.
Van de watersamenstelling kunnen we de volgende gegevens verstrekken, die zijn afgeleid van gegevens van Talling en Talling (1965) en de Joint Fisheries Research:

pH: 7,7 – 8,6
Totale hardheid: 12-15 DH
Geleidend vermogen: 210-235 microsiemens bij 20 °C
Calciumcarbonaat: 114,5-128,5 mg/l CaCO/3;
Kiezel: 1,5-5,0 mg/l SiO/2;
Chloride: 3,75-4,2 mg/l Cl
Sulfaat: maximaal 5,5 mg/l SO/4
Natrium: maximaal 20 mg/l Na
Kalium: maximaal 6,4 mg/l K
Zuurstof: 7,7-8,6 mg/l O/2 (oppervlaktewater)

Fosfaat en nitraat zijn bijna niet aanwezig.
Het water is dus voedselarm en er komt slechts weinig phytoplankton tot ontwikkeling.

Talling & Talling

Kust- en bodemgesteldheid:

De meer dan 1600 km lange kustlijn van het Malawimeer laat zich in vier verschillende biotopen indelen: rotskust, de zandkust, de intermediaire zone en de moerassige kust.

Rotskust:

Photo: George Turner
Malawi RotskustOp een ondergrond van vaste rots die op sommige plaatsen met grof grint is bedekt, komen in allerlei vormen en grootten rotsblokken in overvloed voor, die hoofdzakelijk uit grijze zandsteen of harde kwartsiet bestaan.
De golfslag dicht onder de kust heeft deze vrijlig-gende blokken evenals de vaste bodemgrond in de loop van miljoenen jaren in alle mogelijke ronde vormen uitgeslepen.
Afhankelijk van de plaats loopt de bodem met een zachte glooiing af tot een diepte tussen 10 en 20m, waarna de helling toeneemt.
Het water in deze zone (de litorale zone) wordt door golven en deining bijna constant in beweging gehouden en is altijd zeer helder.
De helderheid van het water maakt het mogelijk dat een groot gedeelte van het licht de oppervlakte van rosten bereikt.
Deze hoge lichtintensiteit, de temperatuur, het ontbreken van een voor de groei temmende winterperiode bevorderen, evenals de grote hoeveelheid voedingszouten die vanuit de kust aangevoerd worden, een krachtige algengroei.
Het merendeel der vissen aan de rotskust leeft dan ook van algen en de kleine dieren die erin leven.
Hogere planten vindt men niet aan de rotskust, aangezien zij op een dergelijke ondergrond geen kans hebben om te wortelen.
Hier en daar ziet men riet, resten van te water geraakte bomen.

Zandkust:

Photo: George Turner
Malawi ZandkustIn tegenstelling tot de rotskust vertoont de bodem hier slechts een zwakke glooiing, totdat hij 100-200m uit de kust op een diepte van 4m wat steiler af te lopen.
Het zand is tamelijk fijn en is in sommige gebieden tot een steviger materiaal aaneengekit.
In andere gebieden, waar het zand een grote hoeveelheid humustoffen bevat, is de bodem zachter.
Dikwijls treft men er gedeeltelijk gemineraliseerde houtresten aan als een teken dat hier vroeger een weelderig bos heeft gestaan.
Bij de zanderige kust is het water na perioden met rustig weer vrij helder, maar het kan bij aanlandige wind, wanneer de golfslag groot is, sterk vertroebeld worden door opgewoeld fijn zand en roodkleurig slib.
Onder deze omstandigheden kunnen de wel 10m² grote “bossen” van de hier dominerende hogere plant, Vallisneria, vaak ten dele onder zand en slib worden bedolven.
Blootgesteld als ze zijn aan dergelijke bezandingen en aan het jaarlijks dalen van het waterpeil tijdens het droge seizoen, hebben de Vallisneria-bossen, die n sommige gebieden 12-15% van het bodemareaal beslaan, uiteraard niet de beste levensvoorwaarden.
In hun voordeel werkt evenmin de algenlaag die zich op de Vallisneria-bladeren vormt, waar zij door het op gewoelde zand vast te houden fotosynthese ernstig kan belemmeren.

Intermediaire zone:

Photo: George Turner
Malawi Intermediaire zoneDeze zone die zich tussen de twee bovengenoemde kustgebieden bevindt, laat zich het best beschrijven als een zanderige bodem waarop grote en kleine rotsblokken zijn gestrooid.
Deze blokken zwakken de stroming enigszins af, waardoor hier ca. 25% van het bodemareaal met Vallisneria is begroeid.
Waar de intermediaire zone in de zanderige kust overgaat, gebeurt dit veelal geleidelijk over een strook van 10-20meter, waarop de rotsblokken steeds spaarzamer worden, terwijl de overgang naar de rotskust op de meeste plaatsen een scherpe grens vertoont.

Moerassige kust:

Photo: George Turner
MoeraskustDeze kustvorm komt haast uitsluitend voor waar rivieren in het meer uitmonden.
In de regentijd vormen deze een wervelende, modderige stroom, terwijl zij de rest van het jaar niet veel water aanvoeren.
De rivieren vormen bij hun uitloop vaak lagunen van grote breedte en diepte, waarin de stromingen van het water nauwelijks meer merkbaar zijn, hetgeen tot de afzetting van een grote hoeveelheid slib in de lagune leidt.
De plantengroei is weelderiger en meer gevarieerd dan bij de overige kustsoorten.
Er zijn bijvoorbeeld verscheidene riet- en grasachtige soorten evenals een aantal waterlelies.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie