Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Mbuna-groep, Soortvorming

Sir John Kirk verzamelde als eerste op grotere schaal vissen.
Deze vissen werden door Albert Gunther in 1864 beschreven.
Vissen verzameld door Sir Harry Johnson werden 29jaar later eveneens door Gunter beschreven.
Tussen 1908 en 1915 werd een groot aantal vissen, die kapitein Rhodes had verzameld, door Boulenger beschreven.
Zijn “Catalogue of the freshwater fishes of Africa” (1915) is nog altijd een standaardwerk met uitstekende illustraties, al is sindsdien de nomenclatuur natuurlijk verouderd.
Het eerste grondige onderzoek naar de vissen van het Malawimeer werd in 1921 door C. Tate Regan verricht, die talrijke genera beschreef, waarvan de namen nog steeds in gebruik zijn.
Het materiaal dat hij tot zijn beschikking had, was door Rodney Wood verzameld.
Een andere grote verzameling werd in 1925 en 1926 door Dr. Cutbert Christy bijeengebracht.
Regan is toen begonnen met de studie, maar voltooide deze niet.
Dr. Ethelwyn Trewavas zette het werk van Regan doort en publiceerde in 1935 een overzicht van de vissen uit het meer.
In de loop van de jaren vijftig onderzocht Dr. Geoffrey Fryer de ecologie van het meer, waarbij de nadruk vooral op de Mbuna-groep werd gelegd.
Aquariumhouders zouden van deze grote prestatie geen plezier hebben gehad, als Henny en Peter Davis niet tien jaar lang, tot 1976, elke week 100 dozen met vissen (ca. 5000 vissen) naar importeurs in de Verenigde Staten en Europa hadden verzonden.

De kenmerken van de Mbuna-groep.

Systematisch kunnen de genera volgens Fryer (1959) als volgt worden samengevat:

– Het zijn cichliden van geringe afmeting – maximumlengte ca. 20cm.
– Het lichaam is langgerekt met een onderbroken zijlijn.
– De nekstreek is met vele kleine schubben bedekt.
– De schubben op de wangen zijn klein.
– De snuit is kort.
– De rugvin bezit 15-19 harde en 7-11 zachte vinstralen; de aarsvin 3harde en 7-9 zachte vinstralen.
– Bij de vrouwtjes is de linker eierstok zeer klein en de eieren worden uitsluitend in de rechter geproduceerd.
– Beide testikels van de mannetjes functioneren.
– Alle soorten zijn muilbroeders, waarbij de broedzorg slechts door de vrouwtjes wordt uitgeoefend.

Het kleurenpatroon is gevarieerd, doch de meeste soorten vertonen een of meer van de volgende tekeningen:

– Donkere, verticale strepen, waarvan in de regels 6-9 onder de rugvin.
– Horizontale strepen, een langs de middenlijn van het lichaam en een daarboven.
– Een streep dwars over de snuit.
– Een donkere band net onder de rand van de rugvin.
– Een donker vlekje boven aan de achterkant van de kieuwdeksel.
– Een of meer stralend oranje of gele vlekjes in de achterste gedeelte van de aarsvin vindt men bij alle mannetjes en sommige vrouwtjes.

In kleurenpracht doen de vissen niet onder voor de heldere, felle kleuren van de koraalvissen.
De kleurenschaal omvat bijna het gehele spectrum, zowel lichte als donkere kleurtinten komen voor, hoewel blauwe en gele toch dominerend zijn.
In het licht van de evolutie is deze groep bijzonder interessant, omdat zij grote variaties vertoont zowel binnen de soorten als in haar aanpassing aan de verschillende levensomstandigheden.

De soortvorming.

Het Malawimeer is een oud meer.
De exacte leeftijd is onbekend, maar wordt door de wetenschap geschat tussen een en twaalf miljoen jaar.
De mbuna-groep die thans in het meer leeft, is ontwikkeld vanuit de “primitieve” cichliden die oorspronkelijk aan het leven in de rivieren waren aangepast.
Op een vroeg tijdstip in de ontwikkeling koloniseerden de algenetende voorouders van deze nauw aan elkaar verwante soorten de rotskust.
Dit kolonisatieproces heeft waarschijnlijk zonder moeite plaatsgevonden, daar er, zover wij kunnen nagaan, geen mededingers waren in dit voedselgebied.
In de loop der tijden hebben deze vissen zich steeds verder gespecialiseerd in het leven aan de rotskust, in die mate zelfs dat men thans nagenoeg geen van hen bij zandkust aantreft.
Waarnemingen in de natuur onthullen, dat een smalle strook van 20meter zanderige bodem voldoende is om verspreiding naar andere plaatsen met rotskust te verhinderen.
De mbuna-groep vormt daarom niet een egaal verspreide populatie.
Meer of minder geïsoleerd komt iedere soort voor in talrijke populaties van een uiteenlopende grootte.
Door de tijden heen zijn er veranderingen opgetreden in het peil van het meer, waardoor telkens bestaande barrières verdwenen en nieuwe ontstonden, hetgeen tot gevolgd had dat vroeger gescheiden populaties vermengd werden en andere juist geïsoleerd.
Deze vermenging, respectievelijk afscheiding van populaties samen met de genetische variaties en de natuurlijke selectie zijn er de oorzaak van, dat er thans zo’n grote verscheidenheid van soorten bestaat.
Zelfs binnen de afzonderlijke soorten vindt men in het uiterlijk zulke grote verschillen, dat het moeilijk kan zijn vast te stellen of men ‘slechts’ met lokale rassen te maken heeft of met verschillende soorten.
Toekomstige onderzoekingen zullen misschien hierop een antwoord kunnen geven.

Kruisingen en mutaties.

In het aquarium kan de in verhouding tot de krappe leefruimte veelal te grote visbezetting veroorzaken, dat het natuurlijke gedragspatroon wordt verbroken.
Ook kan gebrek aan soortgenoten een mannetje of vrouwtje er uit een soort radeloosheid toe brengen van hun gedragspatroon af te wijken en bovendien de vorm- en kleurkenmerken te negeren, die in de natuur waarborgen dat het risico van kruisingen minimaal blijft.
Een mutatie is een plotselinge, sprongsgewijze verandering in de erfelijke eigenschappen.
Verreweg de meeste mutanten zijn niet levensvatbaar en gaan meestal reeds in het ei- of larvenstadium ten gronde, een enkele keer echter overleeft zo’n mutant.
In zeldzame gevallen kan beter aan de omgeving aangepast zijn dan de ouders, dat wil zeggen dat zijn kansen om te overleven groter zijn.
De frequentie is een belangrijke factor geweest bij de ontwikkeling van de vele soorten zowel in het Malawimeer als in vele andere Afrikaanse meren.

 
Reacties
w.djasmadi

hoeveel malawi,s kan in een bak van 1.50 m ?

Hallo,
Het aantal malawi’s is natuurlijk afhankelijk van de varianten.
Er zijn soorten die worden groter dan andere, maar er zijn ook soorten die zijn agressiever.
Dus je kunt niet zeggen per 50liter aquarium water 1 malawi cichlide.
M.vr.gr. de Beheerder

Plaats een reactie