Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Poecilia sphenops – Black Molly

Herkomst:
De stamvorm vindt men in de zoete en brakke wateren van Mexico tot Venezuela.

Uiterlijk:
Lengte 10 cm. De naam zegt het al een beetje, deze vis dankt zijn naam aan zijn zwarte kleur.
In de natuur is hij echter olijfgroen met hier en daar zwarte stippen.
Er zijn tegenwoordig vele kweekvormen en kleurvarianten in de omloop.
Hij heeft een grote rugvin, zijn bekje heeft meestal 2 dikke lippen die naar boven staan.
Het mannetje heeft een gonopodium, het vrouwtje is groter dan het mannetje.

Poecilia sphenops Man
black molly man
Poecilia sphenops Vrouw
black molly vrouw


Inrichting:
Voor deze vissen is een aquarium nodig van minimaal 80 centimeter.
De bak kun je inrichten met dichte beplanting, kienhout en stenen, gebruik ook drijfplanten, als er ook maar voldoende zwemruimte aanwezig blijft.
Zorg ook voor genoeg schuilplaatsen.

Water:
Temperatuur: 22-27 graden.
PH: 7
GH: 10-25

Voeding:
De Black Molly is een goede algen opruimer, ook groenvoer en voedertabletten gaan er wel in.
Daarnaast lusten ze ook levend voer zoals muggelarven, watervlooien en artemia, eventueel ook aanvullen met droogvoer.
Ze eten net zo graag algen als het Gupje, de Platy en de Zwaarddrager.

Karakter:
Deze vissen kun je het beste in een harem houden, dus 1 mannetje en meerdere vrouwtjes.
De stamvorm is niet zo veeleisend, de zwarte kweekvorm is iets ziekte gevoeliger, daarom moet je ook vaak waterverversen.
Het is niet altijd zo’n vredelievende vis tegen andere vissoorten, houdt ze alleen samen met soorten die van zich af weten te bijten. Je vindt ze meestal in de middelste en bovenste waterlagen.

Kweek:
De kweek is vrij makkelijk, toch mag je een Black Molly niet in een klein kweekbakje plaatsen (van 5 bij 10) anders raakt het vrouwtje volledig in de stress.
Dit kan tot gevolg hebben dat de jonkies te vroeg geboren worden en niet volgroeid zijn, zo zul je de jonkies dood in het bakje vinden.
Als je in het aquarium zorgt voor voldoende drijfplanten waarin de kleintjes zich kunnen verschuilen kun je best wel wat overhouden en ze dan overbrengen naar een kweekbak.
Daar kun je de jongen opkweken met cyclops, artemia, zwarte muggelarven, watervlooien, fijn groenvoer of stofvoer.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie