Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Champsochromis caeruleus

Hoewel de Champsochromis Caeruleus (Boulenger, 1908) al erg lang bekend is, was er tot voor kort weinig informatie over deze aantrekkelijke rover beschikbaar.
De eerste exemplaren werden “Haplochromis Thola” genoemd, maar thans worden ze als “forelcichliden” aangeduid, inheemse vissers noemen hen “nchyichyo”.


Champsochromis Caeruleus
Champsochromis uit het Grieks: champso = krokodil, chromis = vis, naar de roofzuchtige aard van de vis.
Caeruleus uit het Latijn blauw.


De Ch. Caeruleus heeft een slank lichaam met een nagenoeg ronde dwarsdoorsnede.
De vinnen zijn prachtig verlengd, bij volwassen mannetje reikt het zachtstralige gedeelte van zowel de aars- als rugvin veelal tot over het midden gedeelte van de staartvin.

Het zijn sterke en snelle zwemmers die zijn voorzien van een diepe ingesneden bekopening.
Deze cichlide is dus goed aangepast aan zijn roofachtige leefwijze in het open water.

Het is een echte piscivoor, die in het gehele Malawimeer tot op diepte van 55 meter wordt aangetroffen.
Het is niet bekend hoe groot de dieren kunnen worden, maar gevoeglijk kan worden aangenomen dat de mannetjes een grootte van meer dan 30cm kunnen bereiken.
Zodra zij een lengte van 10/15cm hebben bereikt leven de exemplaren solitair, zij houden zich dan bij voorkeur op in het open water, alwaar zij jacht maken op de Usipa, het meersardientje, dat hun belangrijkste prooidier vormt.

Maar in het aquarium lusten ze ook wel een jonge mbuna Cichliden zoals u op de foto links kunt zien.
Foto genomen door H. Booij, (Aquarium 3.20 x 1.00 x 0.80)

Ch. Caeruleus broedt op de zandbodem van de overgangshabitats.
In het Malawimeer worden deze vissen soms in paren aangetroffen, wat op het eerste gezicht merkwaardig lijkt te zijn, maar in werkelijkheid is zo’n paarbinding heel zinvol.
Mannetjes hebben immers geen territorium en geen vaste paaiplaats.
Een vrouw laat zich losjes in met een man die haar naar de geschikte paaiplaats leidt.
Zo’n plaats wordt op generlei wijze bewerkt en wordt slechts globaal gezuiverd door ronddraaiende bewegingen van het mannetje.
Een jong vrouwtje zal 50 tot 80 eieren afzetten die dan een diameter hebben van 2,5mm, terwijl oudere exemplaren wel zo’n 200 eieren kunnen produceren.



In een enkel opzicht stellen zij speciale eisen aan hun verzorger.
Het aquarium waarin zij worden ondergebracht kan niet groot genoeg zijn.
De bak moet tenminste 2meter lang zijn en een inhoud hebben van minimaal 700liter of meer aangezien de dieren voortdurend rond zwemmen.
Indien zij in een te klein aquarium worden gehouden kan het tevens voorkomen dat de vrouw wordt opgejaagd na de afzetting, omdat de man weer zijn ware gezicht toont.

Hun voedsel vormt geen enkel probleem, want zij eten praktisch alles.
Regelmatig diepvries voer is noodzakelijk, aangezien deze cichliden een voorkeur hebben voor krill, garnalen en Mysis maar ook grote stukken vis en mosselen.

De Ch. Caerules kan goed worden samen gehouden in een aquarium met:
Aristochromis, Buccochromis, Dimidiochromis, Ramphochromis, Stigmatochromis en Tyrannochromis.

Foto’s en video met dank aan Hans Booij.

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie