Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Dimidiochromis compressiceps

dimidiochromis compressicepsDe Dimidiochromis compressiceps werd door G.A. Boulenger als eerste beschreven in 1908 als Paratilapia compressiceps, deze variant werd ontdekt door Capt. E.L. Rhoades.
Later in 1922 plaatste C.T. Regan het soort in het genus Haplochromis, en in 1989 reviseerde Eccles en Trewavas het geslacht Haplochromis, waardoor de D. compressiceps in een nieuwe genus Dimidiochromis terechtkwam, zoals ook de D. strigatus, D.dimidiatus en de D. kiwingi.

Compressiceps, met in elkaar gedrukte kop.
Dimidiochormis komt uit het Grieks en Latijn, Grieks: di = twee, Latijn: midio = helft (in twee helften), Grieks: chromis = vis.

De D. compressiceps komt in het gehele Malawimeer en ook in het Malombemeer voor.
In de natuur wordt hij het meest aangetroffen in de ondiepe zanderige zones, waar hij zich voornamelijk ophoud tussen rietstengels, sporadische rotsen en tussen de Vallisneria veldjes.

dimidiochromis compressicepsDoor zijn smalle bouw is hij moeilijk te vinden tussen de riet en vallisneria veldjes.
Met zijn kop omlaag hangt hij tussen het riet en vallisneria op jacht naar jonge prooidieren.

De D. compressiceps kan een lengte bereiken van circa 25cm waarbij de vrouwtjes kleiner blijven.
In Duitsland heeft deze variant de bijnaam “Messerbuntbarsch”, gebaseerd op de hoge en samengedrukte lichaamsbouw.
Het is een echte rover wat goed is te zien aan de bouw van de kaken, de onderkaak steekt een stuk vooruit dan de bovenkaak.
Jongere dieren hebben een zilvergrijze onderkleur met twee donkere horizontale lijnen, lopende vanaf de kaak langs het oog naar de staart.

Man halfwas
halfwas man
Vrouw halfwas
halfwas vrouw


Volwassen mannetjes worden steeds blauwer waarbij de horizontale lijnen verdwijnen, de volwassen vrouwtjes krijgen goudkleurige tinten op de kop.
De vrouwtjes bij de plaatsen Chisumulu Island en Cobue zijn in plaats van zilvergrijs meer goudkleurig.
Het geslachtsonderscheid is goed te herkennen doordat de mannetjes witgele eivlekken in de aarsvin vertonen, en deze totaal niet zijn te zien bij de vrouwtjes.

Aquarium:

De Dimidiochromis compressiceps heeft minimaal een 2meter (720liter) aquarium nodig, met een zanderige bodem en een veldje Vallisneria of wat rietstengelen.
De vis komt zo beter tot zijn recht en het natuurlijke roofgedrag zal dan ook veel eerder tot stand komen.
Het is een rustige zwemmer die makkelijk kan worden gehouden bij andere haplochromis varianten, mits zij niet te klein (jong) zijn.

Voedsel:

Als voeding leeft de D. compressiceps van kleinere visjes.
Inheemse bevolking (vissers) meldden dat de D. compressiceps andere vissen de ogen uitbijt.
In het aquarium kun je de vissen voeren met Visvlees, Garnalen en ander dierlijk voedsel.

Ervaring:

Zelf houd ik een trio van de Dimidiochromis compressiceps bij andere grotere rovers, en opzicht zijn er nooit problemen of stress.
Zodra een van vrouwtjes moet afzetten kan de man zijn territorium (redelijk groot) goed verdedigen, en een groot aquarium is dan toch wel aanbevolen.
Aangezien er in mijn aquarium ook nog een groepje Metriaclima elongatus “chewere” zit, die zich voornamelijk tussen de rotsen ophouden is de D. compressiceps man vaak boven deze rotsen te vinden, en jaagt hij hierbij op de vrouwtje van de M. elongatus (zie filmpje, +/- 22sec)
Ook de Synodontis lucipines worden regelmatig gejaagd, maar tot heden bezit ik nog alles syno’s en mbuna’s.

 

 
Reacties

Nog geen reacties beschikbaar.

Plaats een reactie