Cichlidenkwekers

Voor de Aquarium liefhebbers en hobbykwekers van Cichliden.

Frontosa in de natuur

Hoewel onderzoeken van de maaginhoud van de gevangen Cyphotilapia’s duidelijk uitwijzen dat deze een viseter is, ziet men hem niet tot nooit jagen. Dit gedrag zal overeen komen met het gedrag in het aquarium. De vissen die de Cyphotilapia in de natuur graag eet zijn de Cyprichromis soorten, het is dus verstandig om deze niet bij een groep Cyphotilapia’s in het aquarium te plaatsen.

Hoe de Cyphotilapia aan voedsel komt heeft met zijn karakter te maken. De Cyphotilapia is een vis die vroeg wakker wordt, hij is meestal de eerste die in het zwakke licht van de morgenstond zijn ronde (door het aquarium) doet. Wanneer de medebewoners nog slaapdronken zijn slaat hij toe. Zonder veel moeite, zoals de soort is, en lekker makkelijk. Deze gemakzucht kan ook snel omslaan wanneer het ruzie met een soortgenoot betreft. Dit bij de verdediging van zijn schuilplaats, of om duidelijk te maken wie de sterkere is, kan de Cyphotilapia een agressieve en snelle zwemmer zijn. Tegenover vissen van een andere soort, ook de kleinere is hij overdag zeer verdraagzaam en vredig, hij laat zichzelf terroriseren door kleinere en beweeglijkere vissen. Dit is dan ook de reden waarom men frontosa’s beter niet met grote cichlides zoals onder andere grotere malwi’s kan samen houden.

Na bestudering van verschillende distributie punten bij het meer is het duidelijk geworden dat de Cyphotilapia’s niet over de gehele kust van het Tanganyika meer voorkomen. Door onderzoek is gebleken dat men de soort Cyphotilapia aan veel van de rotsachtige kusten van het meer kan aantreffen mits dat deze meer dan 25 meter naar beneden hellen alvorens deze het open water bereikt of de zandzone ontmoet.

indenatuurgroep1Des te steiler de helling des ter meer Cyphotilapia’s men zal aantreffen rondom en tussen de rosten. In Ilangi liggend in Zambia bij een zwakke rotsachtige helling kan men een groep Cyphotilapia’s waarnemen welke in de open water zone (niet te verwarren met het volledige open water) tot meer dan 10 meter boven de rotsen zwemmen. De helling is zeer stijl en hoe dieper men gaat hoe groter de groepen Cyphotilapia’s worden. Toch worden zij verdeeld over diverse dieptes, de oudere mannelijke exemplaren met een grote van 40 cm kan men aantreffen bij de bodem (Kapemba 71m) en soms op geringe dieptes. (Cape Kaboga 8m)

Volgens de seizoenen, kan de dichtheid van de groepen op een bepaalde plaats aanzienlijk variëren, en niemand weet de precieze oorzaak hiervan. Als voorbeeld, een aantal jaar geleden bij Katete, een toen der tijd druk bevolkt gebied door deze soort, kon men grote aantallen van deze vissen in 1 duik waarnemen. Nu in het heden als men hier 1 exemplaar zal opduiken is het een uitzondering. Aangezien dit geen gebied is waar overbevissing voorkomt kan het hier niet aan te wijten zijn. Een veronderstelling zou zijn dat de Cyphotilapia zich migreert door middel van verplaatsing langs zeer diepe rotsachtige passages. Dit zou de enigste mogelijke manier van migratie zijn, aangezien de vissen zich niet zullen wagen aan de open wateren of de zandvlaktes. Een studie met betrekking tot de fauna in de dieptes van het meer gedaan in Zambia rapporteert dat de grootste dichtheid van soorten aangetroffen kan worden tussen de 70 en 120 meter.

Door onderzoek is gebleken dat de Cyphotilapia op bepaalde plaatsen samenschoolt in in zeer grote groepen van 1000de individuen enkel gescheiden door een aantal meters. Ondanks de scholen niet dichtbevolkt zijn en de vissen niet geheel synchroon bewegen kan het gedrag wel worden vergeleken met vissen die in scholen leven omdat wanneer zij worden gevolgd zij als groep zullen reageren. Voorts zoals eerder vermeld, zijn er rotsachtige gebieden waar men grote groepen Cyphotilapia’s kan aantreffen terwijl men in gebieden zeer dichtbij juist enkele exemplaren of helemaal geen exemplaren zal aantreffen.. Volgens diverse auteurs leven/verplaatsen de Cyphotilapia’s zich in het zuiden van het meer, meer als enkelingen of kleine harems bestaand uit 1 man en 2 a 3 vrouwen. Deze groepvorming en het leven in harems in de natuur is een reden waarom men Cyphotilapia’s in het aquarium altijd in groepen van minstens 4 á 5 exemplaren moet houden, maar men moet ook uitkijken dat de groep niet te groot word aangezien de Cyphotilapia een forse maat kan behalen van maar liefst 35 cm.

Dus hou er rekening mee dat een aquarium snel aan de te kleine kant is.

Op de waar te nemen locaties (zonder het mee kunnen tellen van de grote mannen aangezien deze te diep leven) werd de distributie tussen mannen en vrouwen als volgt waargenomen (voorbeeld berekend naar een vangst van 450 exemplaren).

tabel-in-de-natuur

Het is opmerkelijk dat de jongen onzichtbaar zijn in het oppervlakte water. Het zou mogelijk zijn dat zij leven op de bodem van de rotsachtige hellingen.

cyphotilapia-opduikenHet opduiken van de Cyphotilapia word over het algemeen gedaan door 2 duikers. Dit gebeuren vind vroeg in de ochtend plaats, omdat zodra de zon hoog in de lucht komt te staan de vissen de gewoonte hebben om naar dieper gelegen gebieden te trekken, vooral in Congo is dit veelvoorkomend. Wanneer de Cyphotilapia word verdreven – achtervolgd zal deze zich niet begeven naar een rotsachtige klif of grot om zich te verschuilen (dit in tegenstelling van de Lamprologues en Tropheus soorten) maar zal in plaats daarvan wegvluchten door naar de donkere bodem weg te duiken. De twee duikers zullen hun netten neerlaten en proberen 1 of 2 Cyphotilapia’s in de netten te drijven. Zij worden hierna door de duikers vastgepakt om ze vervolgens handmatig over te zetten in netten en plastic zakken waarna ze weer worden verzameld door andere duikers. Door dezen zullen de vissen worden geplaatst in kooien die langzaam aan met stappen naar de oppervlakte zullen worden gebracht. Nog een manier van het verzamelen van deze vissen is door ze naar een open gebied te lokken of te verjagen zodat de vissen gevangen kunnen worden in de ondiepere wateren. De Cyphotilapia is van nature uit zeer nieuwsgierig. Zij worden aangetrokken door de bellen die de duikers produceren maar ook door de stukjes katoen die gebruikt worden om de netten te herstellen. Zij zullen vaak zelf in de oude netten zwemmen om te proberen deze stukje katoen te vangen. Tijdens de vangst is het opvallend dat de vrouwen hun eieren of zelfs al verder ontwikkelde jongen niet loslaten, zij zal de jongen tijdens het proces van het naar bovenhalen gewoon doorbroeden.

De tijd die nodig is voor het omhoog halen van de kooien naar de oppervlakte is geheel afhankelijk van de diepte waar de vissen verzameld zijn. Dit kan variëren van 1 dag tot meer dan aan 1 week. In Burundi zit bv het gemiddelde op 3 dagen maar dat komt omdat de vissen daar in ondiepere gedeeltes worden opgedoken als bv Kongo waar de benodigde tijd al veel hoger ligt. Wanneer men de vissen te snel naar de oppervlakte zou brengen kunnen de vissen aan decompressie verschijnselen gaan lijden en kunnen er problemen met de zwemblaas ontstaan waardoor zij zullen gaan drijven. Dit langdurige proces verklaard de hoge prijs die voor deze in het wild gevangen vissen betaald moet worden.

Hieronder vind een aantal foto’s van frontosa’s in de natuur. De foto’s zijn genomen rondom Kigoma door Evert van Ammelrooy. Op de onderste 2 foto’s zijn 2 grote volwassen mannen aan het vechten. Dit kan er in de natuur zo hard aan toe gaan dat letterlijk de vellen er vanaf vliegen.

cyphotilapia-wildvang-natuur2-150x150 cyphotilapia-wildvang-natuur3-150x150 cyphotilapia-wildvang-natuur4-150x150 cyphotilapia-wildvang-natuur5-150x150 cyphotilapia-wildvang-natuur6-150x150 cyphotilapia-wildvang-natuur7-150x150 cyphotilapia-wildvang-natuur-150x150



Filmmateriaal

Cyphotilapia frontiosa from Kigoma area
Cpoyright: Melchior de Bruin

The fishermen Kibwanaqua in action, share few moments …
Cpoyright: kibwanaqua.com



Extra toevoeging door Melchior de Bruin: Deze C. frontosa met 7 strepen komt erg veel voor in de buurt van Kigoma. Je kan jonge exemplaren al zien vanaf een meter of 5 diepte. Vanaf 15 meter zie je met name kleine groepjes (ongeveer 5 stuks) zwemmen. Vaak één man en wat vrouwen. (Maar de vrouwen kunnen ook jonge mannetjes zijn, dat verschil kan ik niet zien). Ik heb frontosa geen enkele keer zien jagen, ook niet als ze door een zwerm geschikte prooi, zoals jonge visjes (P. brieni van 2cm), zwemmen. Tijdens de nachtduiken waren C. frontosa nooit te zien: vermoedelijk verplaatsen ze dan naar dieper water

 
Reacties

Kan je mij misschien vertellen welke Frontosa soort het meeste blauw heeft en houd?
Ik wil gaan beginnen met Frontosa’s maar zie zoveel soorten dat ik door de bomen het bos niet meer zie. Weet je misschien ook kwekers van mooie en F1 soorten?

Beste Ronald,

Zelf vond ik de Cyphotilapia Gibberose Zaire de gene met de mooiste kleuren.
Maar een goede verlichting speelt hier ook een grote rol: Aquarium verlichting Frontosa.

M.vr.gr. het Beheer

Plaats een reactie